Marit heeft – eindelijk – ontdekt dat ze soms sneller van ons gedaan krijgt wat ze wil als ze ook woordjes gebruikt om ons dat duidelijk te maken. Dat ze maar al te goed verstaat wat we tegen haar vertellen wisten we al langer, maar met het sneltempo waarop ze nu nieuwe woordjes leert en ook gebruikt, denken we dat ze ook begrepen heeft dat communicatie in twee richtingen hoort te gaan :-)

Enkele dingen die ze er nu en dan uitflapt wil ik jullie niet onthouden…

  • ‘da boo’: dag boom
  • ‘da tutj’: dag tutje (‘s morgens, wanneer ze haar tutje in bed achterlaat)
  • ‘boe’ of ‘boeba’: Bumba en Bumbalu (er moet een kleine nuance in zitten waarmee ze beide namen van de clowns uit elkaar kan halen, maar wij hebben het nog niet gehoord)
  • ‘pam’ of ‘pampam’: pamper, zegt ze meestal als de pamper vol is
  • ‘tingting’: haar antwoord op de vraag welk geluid de ijskar maakt :-)
  • ‘owa’: oma
  • ‘wawe’: water
  • ‘naan’: banaan
  • ‘appa’: appel
  • ‘pee’: peer
  • ‘sju’: zus